ECLI:NL:RBGRO:2000:AA7229
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- P.J.W.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen intrekking WAJONG-uitkering wegens detentie
Verzoeker ontvangt sinds 1987 een WAJONG-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid. Verweerder heeft bij besluit van 29 mei 2000 de uitkering ingetrokken met ingang van 1 juni 2000, omdat verzoeker sinds 18 februari 1997 gedetineerd is en de detentie langer dan een maand duurt. Verzoeker betwist deze intrekking en vraagt om een voorlopige voorziening.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) en artikel 17, vijfde lid, WAJONG het recht op uitkering eindigt indien iemand rechtens zijn vrijheid is ontnomen en deze situatie langer dan een maand duurt. Verzoeker valt niet onder de uitzonderingen die in het Besluit extramurale vrijheidsbeneming en sociale zekerheid zijn opgenomen.
De rechtbank wijst verzoekers betoog af dat analoge toepassing van uitzonderingen voor andere categorieën personen moet gelden en dat de intrekking in strijd is met Europese regelgeving of het eigendomsrecht. De wetgever heeft bewust gekozen om TBS-gestelden niet als uitzondering te beschouwen. Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de WAJONG-uitkering wegens detentie wordt afgewezen.