ECLI:NL:RBGRO:2000:AA7316
Rechtbank Groningen
- Verzet
- A.H.J. Lennaerts
- J.H. de Wildt
- C. van den Noord
- Rechtspraak.nl
Verzet tegen niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens vormverzuim in bestuursrechtelijke bijstandszaken
Opposant diende beroep in tegen een besluit van burgemeester en wethouders van Groningen, maar werd niet-ontvankelijk verklaard omdat hij niet binnen de gestelde termijn van vier weken de beroepsgronden had ingediend. De rechtbank oordeelde dat het beëindigen van de hersteltermijn vóór het einde van de beroepstermijn niet past binnen het wettelijke stelsel en dat het beroep niet kennelijk niet-ontvankelijk was.
Opposant deed verzet tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en werd in de gelegenheid gesteld zich te verdedigen tijdens een zitting. De rechtbank concludeerde dat het beroep ontvankelijk had moeten worden geacht omdat de hersteltermijn niet fataal mocht eindigen vóór het verstrijken van de beroepstermijn.
Daarom werd het verzet gegrond verklaard, de eerdere uitspraak van niet-ontvankelijkheid verviel en het onderzoek werd voortgezet. Tevens werd vastgesteld dat het latere ingediende schrijven van opposant niet als beroepschrift kon worden aangemerkt maar als een overbodige poging om alsnog ontvankelijk te worden.
Uitkomst: Het verzet tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep is gegrond verklaard en het onderzoek wordt voortgezet.