ECLI:NL:RBGRO:2000:AA8471
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling werkloosheidsdatum voor IOAW-uitkering na onderbreking door arbeidsongeschiktheid
Eiser werd op 11 augustus 1980 werkloos en ontving toen een WW-uitkering. Na een periode van arbeidsongeschiktheid en het ontvangen van AAW/WAO-uitkeringen, startte hij op 1 juli 1994 een nieuwe WW-uitkering. Eiser vroeg vervolgens een IOAW-uitkering aan, waarbij de kernvraag was of de datum van werkloosheid de oorspronkelijke datum in 1980 of de datum van hernieuwde werkloosheid in 1994 moest zijn.
De rechtbank stelt vast dat de IOAW bedoeld is voor oudere langdurig werkloze werknemers die op of na hun vijftigste werkloos zijn geworden en na het bereiken van de maximale WW-duur aangewezen zijn op een bijstandsuitkering. De rechtbank oordeelt dat het niet de bedoeling van de wetgever is om personen die door een onderbreking van hun werkloosheidsuitkering het 50-jaar criterium bereiken, gunstiger te behandelen dan personen met een onafgebroken WW-uitkering.
Daarom wordt de oorspronkelijke datum van werkloosheid in 1980 als maatgevend beschouwd. Aangezien eiser toen 39 jaar was, voldoet hij niet aan het IOAW-criterium van werkloosheid na het 50e levensjaar. Ook was hij ten tijde van de aanvraag niet gedeeltelijk arbeidsongeschikt. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de aanvraag om IOAW-uitkering afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de aanvraag om IOAW-uitkering af omdat eiser niet voldeed aan het criterium van werkloosheid na het 50e levensjaar.