ECLI:NL:RBGRO:2000:AA9498
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- P.H.M. Smeets
- Rechtspraak.nl
Afwijzing van het beroep tegen intrekking WAO-uitkering wegens langdurige detentie
Verzoeker, die sinds 1987 een WAO-uitkering ontvangt, kreeg deze per 1 juni 2000 ingetrokken omdat hij sinds 4 juni 1998 gedetineerd was en de detentie langer dan één maand duurde. Verzoeker stelde bezwaar en beroep in tegen deze intrekking en verzocht om een voorlopige voorziening om tijdens de beroepsprocedure de uitkering te behouden.
De rechtbank oordeelde dat de Wet socialezekerheidsrechten gedetineerden (Wsg) duidelijk voorschrijft dat bij langdurige detentie de WAO-uitkering wordt ingetrokken. Verzoekers argumenten over ontoereikende motivering van de wet, strijd met Europese regelgeving en vergelijkingen met verlofregelingen werden niet gegrond bevonden.
De rechtbank benadrukte dat het zak- en kleedgeldprobleem dat verzoeker aanvoerde een zaak is voor de kliniekleiding en de minister van Justitie, niet voor de bestuursrechter. Omdat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot een andere beoordeling konden leiden, werd het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de WAO-uitkering wegens langdurige detentie wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.