ECLI:NL:RBGRO:2000:AB2475
Rechtbank Groningen
- Hoger beroep
- A.H.J. Lennaerts
- Rechtspraak.nl
Herziening besluit arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van WAO wegens onvoldoende medische herbeoordeling
Eiser maakte bezwaar tegen een besluit van het Landelijk instituut sociale verzekeringen waarbij zijn arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAO werd vastgesteld op een mate van 45 tot 55 procent, terwijl hij een hogere mate van 80 tot 100 procent vorderde. De rechtbank behandelde het geschil na een zitting waarbij de medisch adviseur van verweerder toelichting gaf op het advies dat aan het besluit ten grondslag lag.
Uit medisch onderzoek bleek dat eiser leed aan een persoonlijkheidsstoornis met antisociale, borderline en schizotypische kenmerken, die reeds voor 1 mei 1994 bestond. De medisch adviseur twijfelde aan de juistheid van de oorspronkelijke inschatting van de arbeidsongeschiktheid en stelde dat de belastbaarheid mogelijk onjuist was ingeschat. Desondanks heeft hij geen eigen waardering van de arbeidsbeperkingen gegeven, omdat zijn taak beperkt was tot het beoordelen of de primaire verzekeringsarts tekort was geschoten.
De rechtbank oordeelde dat het advies van de medisch adviseur onvoldoende was voor een volledige heroverweging van het besluit zoals vereist door artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Het advies voldeed niet aan de eis dat de medische grondslag integraal en adequaat opnieuw moet worden vastgesteld. Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen op het bezwaar met inachtneming van de uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld in de proceskosten en tot vergoeding van het griffierecht. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid om binnen zes weken hoger beroep in te stellen bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot hernieuwde beslissing door verweerder.