ECLI:NL:RBGRO:2000:AF0390
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens onregelmatige betalingen en onvoldoende medewerking
De rechtbank Groningen behandelde het geschil over de beëindiging van een schuldsaneringsregeling. De schuldenaar had zich verweerd tegen de beëindiging, stellende dat de maandelijkse bijdragen tot mei 2000 waren voldaan en dat er geen nieuwe schulden waren ontstaan. De bewindvoerder stelde echter dat de schuldenaar uiterst onregelmatig betaalde en onvoldoende medewerking verleende door onder meer het niet verstrekken van loonstroken en boekhouding.
Tijdens de zittingen op 20 juni en 4 juli 2000 werd bevestigd dat de schuldenaar niet volledig had meegewerkt en dat de bewindvoerder nog niet beschikte over recente loonstroken. De rechtbank oordeelde dat deze tekortkomingen voldoende waren om de schuldsaneringsregeling te beëindigen op grond van artikel 350, lid 3, sub c van de Faillissementswet.
Hoewel de relatie tussen schuldenaar en bewindvoerder verstoord was, werd het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder afgewezen. De rechtbank benadrukte dat de bewindvoerder de belangen van de schuldeisers behartigt en dat de strafzaak tegen de schuldenaar wegens lokaalvredebreuk geen reden vormt voor ontslag.
De rechtbank stelde het salaris van de bewindvoerder vast op f. 3.928,83 exclusief omzetbelasting en bepaalde dat de kosten van publicaties ten laste van de Staat komen. Tevens werd een curator benoemd en de schuldenaar werd van rechtswege failliet verklaard zodra het vonnis in kracht van gewijsde zou treden.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens onregelmatige betalingen en onvoldoende medewerking en wijst het verzoek tot ontslag van de bewindvoerder af.