ECLI:NL:RBGRO:2001:AA9921
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering kampeervergunning vanwege belangenafweging nabij veehouderijbedrijf
Eiseres vroeg een vergunning aan voor 25 kampeerplaatsen op een perceel te B, waar eerder een vergunning voor 20 plaatsen was verleend. Verweerders weigerden de vergunning op grond van strijd met het bestemmingsplan en de belangen van een nabijgelegen veehouderijbedrijf. Eiseres maakte bezwaar en stelde dat de weigering onterecht was, mede omdat het overgangsrecht volgens haar de weigering wegens bestemmingsplan niet toestaat.
De rechtbank overwoog dat artikel 10 WOR Pro ruimte laat voor belangenafwegingen bij vergunningverlening en dat artikel 39 WOR Pro het weigeren wegens strijd met het bestemmingsplan beperkt. Het feit dat het kampeerterrein sinds 1988 nauwelijks werd gebruikt, was van belang bij de belangenafweging. De rechtbank vond het redelijk dat het belang van het veehouderijbedrijf zwaarder woog dan dat van eiseres.
Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang, maar het beroep tegen het weigeren van de vergunning werd ongegrond verklaard. Verweerders werden veroordeeld in de proceskosten en het griffierecht werd aan eiseres vergoed.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de kampeervergunning wordt ongegrond verklaard.