ECLI:NL:RBGRO:2001:AB0239
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing BWOO-uitkering wegens gebrek aan feitelijke beschikbaarheid voor arbeidsmarkt
Eiser was van juni 1991 tot december 1995 als aio werkzaam bij de Rijksuniversiteit Groningen. Na beëindiging van dit dienstverband startte hij een brouwerij, waarin hij vanaf 1 december 1995 vrijwel al zijn tijd besteedde. Verweerder trok de eerder toegekende BWOO-uitkering per 1 december 1995 in, omdat eiser niet feitelijk werkloos was en niet reëel beschikbaar voor de arbeidsmarkt.
De rechtbank overweegt dat feitelijke beschikbaarheid vereist is voor het recht op uitkering. Uit verklaringen van getuigen, jaarrekeningen en het feit dat eiser personeel in dienst had, blijkt dat hij een volledige dagtaak aan zijn brouwerij besteedde. Daarnaast heeft eiser gedurende de uitkeringsperiode geen sollicitaties verricht, wat het beeld versterkt dat hij niet beschikbaar was voor ander werk.
Eiser stelde dat hij nog 32 uur per week beschikbaar was, maar de rechtbank achtte dit niet reëel gezien de omvang van zijn werkzaamheden. Het beroep is daarom ongegrond verklaard en de weigering van de uitkering bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de BWOO-uitkering is ongegrond verklaard omdat eiser niet feitelijk beschikbaar was voor de arbeidsmarkt.