ECLI:NL:RBGRO:2001:AB0352
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Wieland
- Janssen
- Sekeris
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot acht jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling wegens doodslag en diefstal met geweld
De rechtbank Groningen heeft op 1 maart 2001 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte, die werd verdacht van twee gevallen van doodslag, gepleegd in 1994 en 1997. De eerste zaak betrof een vrouw die in Utrecht om het leven werd gebracht door verstikkend geweld, de tweede een vrouw in Groningen waarbij het geweld gepaard ging met diefstal en het oogmerk om straffeloosheid te verkrijgen.
De rechtbank achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de primaire tenlasteleggingen had begaan, maar wel de subsidiaire tenlasteleggingen. Verdachte werd vrijgesproken van overige tenlastegelegde feiten. De strafbare feiten werden gekwalificeerd als doodslag, voorafgegaan door een strafbaar feit, gepleegd met het oogmerk om straffeloosheid of bezit van het wederrechtelijk verkregen goed te verzekeren.
De rechtbank nam diverse rapporten en adviezen in overweging, waaronder een multidisciplinaire psychiatrische rapportage, waaruit bleek dat verdachte slechts in verminderde mate toerekeningsvatbaar was. Gezien de ernst van de feiten, de eerdere veroordelingen van verdachte en het leed voor de nabestaanden, werd een gevangenisstraf van acht jaar opgelegd, gecombineerd met de maatregel van terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege.
De rechtbank concludeerde dat verdachte strafbaar was en dat geen strafuitsluitingsgronden aanwezig waren. De opgelegde straf hield rekening met de eerdere gevangenisstraffen en de maximale strafduur van twintig jaar. De maatregel van terbeschikkingstelling werd opgelegd vanwege de psychiatrische stoornissen van verdachte en de noodzaak tot bescherming van de algemene veiligheid.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf en terbeschikkingstelling wegens twee gevallen van doodslag met verminderde toerekeningsvatbaarheid.