ECLI:NL:RBGRO:2001:AB2153
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontslag wegens verstoorde arbeidsrelatie
Verzoeker was sinds 1997 werkzaam bij Werkvoorzieningsschap Synergon en werd in 1999 geschorst en vervolgens per 1 januari 2001 ontslagen wegens een onherstelbaar verstoorde arbeidsrelatie met zijn leidinggevenden.
Verzoeker stelde dat het ontslag onrechtmatig was, dat hij onevenredig nadeel leed en dat de beginselen van hoor en wederhoor waren geschonden. Hij had bovendien geen recht op wachtgelduitkering omdat hij een onderneming in Duitsland was gestart.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker geen spoedeisend belang had omdat hij recht had op wachtgeld conform CAR, en dat zijn financiële situatie het gevolg was van eigen keuzes. De verstoorde arbeidsrelatie was aannemelijk, het ontslag was redelijk en de procedurele rechten waren niet geschonden.
Daarom wees de president het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tegen deze uitspraak was geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het ontslagbesluit is afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang en rechtmatigheid van het ontslag.