ECLI:NL:RBGRO:2001:AB2446
Rechtbank Groningen
- Hoger beroep
- A.H.J. Lennaerts
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugkomen op plaatsing wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij om terug te komen op een plaatsingsbesluit van 27 maart 1996. Dit besluit was gebaseerd op een ernstig verstoorde arbeidsverhouding tussen eiser en zijn directe chef en het vermeende aandeel van eiser in het voortduren daarvan.
De rechtbank stelt vast dat verweerder geen voldoende bewijs heeft geleverd voor de schuld van eiser aan de verstoring van de arbeidsverhouding. Bewijsaanbod ter zitting werd afgewezen wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank oordeelt dat niet is komen vast te staan dat eiser een niet onaanzienlijk aandeel heeft gehad in de verstoring, waardoor de reden voor het terugkomen op het plaatsingsbesluit ontbreekt.
Verder is het primaire besluit onbevoegd genomen, maar dit gebrek is in bezwaar geheeld. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit, verklaart het beroep gegrond en veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de Staat der Nederlanden wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.