ECLI:NL:RBGRO:2001:AD3874
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.J.W.M. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Schorsing intrekking drank- en horecavergunning wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Verzoeker ontving op 17 april 2001 een drank- en horecavergunning voor het exploiteren van een café in Zuidhorn. Verweerders trokken deze vergunning op 16 augustus 2001 met onmiddellijke ingang in, vanwege vermeende incidenten die gevaar voor openbare orde, veiligheid of zedelijkheid zouden opleveren. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om schorsing van het intrekkingsbesluit.
De president van de rechtbank Groningen oordeelde dat de feiten uit het politierapport onvoldoende onderbouwd waren om het besluit te handhaven. Er was geen overtuigend bewijs van geluidsoverlast of andere incidenten binnen de inrichting die een gevaar zouden vormen. Ook was niet aangetoond dat het belang van verzoeker bij het openblijven van zijn onderneming onvoldoende was meegewogen.
Op grond van deze bevindingen werd het besluit geschorst en de gemeente Zuidhorn veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige feitelijke onderbouwing bij het intrekken van vergunningen en het evenwicht tussen openbare orde en ondernemersbelangen.
Uitkomst: Het intrekkingsbesluit van de drank- en horecavergunning wordt geschorst wegens onvoldoende feitelijke grondslag.