ECLI:NL:RBGRO:2001:AD3876
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- A. Houtman
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens arbeidsongeschiktheid gelijkgesteld aan ontslag voor suppletie-uitkering
Verzoekster was sinds 1980 in dienst als docente en werd op 13 mei 1997 arbeidsongeschikt. De stichting besloot haar per 1 april 2000 te ontslaan wegens langdurige arbeidsongeschiktheid. Verzoekster vorderde ontbinding van de arbeidsovereenkomst bij de kantonrechter, die deze ontbinding toekende met een vergoeding. Verweerder weigerde een suppletie-uitkering toe te kennen omdat volgens hem geen sprake was van ontslag in de zin van art. 21 BZO Pro.
De rechtbank stelde vast dat het ontslagbesluit van de stichting onherroepelijk was geworden en dat de ontbinding door de kantonrechter niet afdoet aan het feit dat verzoekster ontslag is verleend. De ontbinding wordt gelijkgesteld aan ontslag zoals bedoeld in art. 21 BZO Pro, waardoor verzoekster recht heeft op suppletie-uitkering vanaf 1 april 2000.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit van verweerder en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van dat besluit. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat onmiddellijke uitspraak in de hoofdzaak werd gedaan. Tevens werden de proceskosten aan verzoekster toegekend.
Uitkomst: De ontbinding van de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter wordt gelijkgesteld aan ontslag, waardoor verzoekster recht heeft op suppletie-uitkering vanaf 1 april 2000.