ECLI:NL:RBGRO:2003:AN8945
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Dolfing
- J. Tromp-Werkema
- H.D. Wolswijk
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord met voorbedachte rade door bijlslagen
Op 19 juni 2003 heeft verdachte in Wagenborgen zijn vrouw met voorbedachte rade om het leven gebracht door meerdere malen met een bijl op haar hoofd te slaan. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte bewust en doelgericht handelde met de intentie om te doden.
Hoewel deskundigen een gedeeltelijke bewustzijnsvernauwing bij verdachte vaststelden, verwierp de rechtbank het beroep op psychische overmacht. Verdachte had cognitieve controle en momenten van bezinning, zoals blijkt uit zijn gedrag voorafgaand aan het delict en zijn verklaringen.
De rechtbank hield rekening met de ernst van het delict, de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de onderzoeksrapportages die stelden dat het bewezen feit slechts in sterk verminderde mate aan verdachte kan worden toegerekend. Dit leidde tot een relatief lagere straf dan gebruikelijk bij moord.
Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier jaar, waarbij de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht. Daarnaast is de bijl, het moordwapen, verbeurd verklaard.
De uitspraak benadrukt de combinatie van bewuste moord met gedeeltelijke vermindering van toerekeningsvatbaarheid, wat de strafoplegging heeft beïnvloed.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachte rade.