ECLI:NL:RBGRO:2003:AO1552
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ontheffing Flora- en Faunawet voor aanleg HOV-as Groningen
Ontheffinghouder heeft een ontheffing aangevraagd op grond van artikel 75 Flora Pro- en Faunawet (FFW) voor de aanleg van een hoogwaardige vervoeras (HOV-as) in Groningen. De aanleg vereist het kappen van bomen en het dempen van sloten, wat gevolgen kan hebben voor beschermde dier- en plantensoorten. Verzoekers, bewoners van het gebied, maakten bezwaar tegen de ontheffing en vroegen om een voorlopige voorziening.
De rechtbank oordeelde dat verzoekers belanghebbenden zijn omdat de HOV-as een ingrijpende wijziging van hun directe leefomgeving veroorzaakt. Het door ontheffinghouder ingeschakelde Arcadis voerde een natuuronderzoek uit, dat ondanks enkele beperkingen als gedegen werd beoordeeld. Er is geen sprake van vaste verblijfplaatsen van vleermuizen of andere beschermde soorten die een ontheffing noodzakelijk maken.
De rechtbank concludeert dat de verleende ontheffing niet in strijd is met de Flora- en Faunawet, mede omdat compenserende maatregelen worden getroffen. De aanleg van de HOV-as wordt aangemerkt als een redelijk doel ter verbetering van de bereikbaarheid van Groningen. Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de ontheffing Flora- en Faunawet voor de aanleg van de HOV-as wordt afgewezen.