ECLI:NL:RBGRO:2004:AR2420
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.P. den Hollander
- F.J. Agema
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Aanspraak op ziekengeld bij gedeeltelijke beëindiging dienstbetrekking
Eiseres was sinds september 2000 werkzaam bij een werkgever op basis van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd. Vanaf 1 januari 2003 werd de arbeidsduur verminderd van 26 naar 16 uur per week, waarbij eiseres wegens ziekte haar werkzaamheden vanaf 2 december 2002 staakte. Verweerder, het UWV, weigerde ziekengeld toe te kennen over de vermindering van 10 uren per week, stellende dat geen sprake was van beëindiging van de dienstbetrekking.
De rechtbank oordeelde dat de strikte uitleg van artikel 29, tweede lid, sub c, van de Ziektewet, die aanspraak op ziekengeld koppelt aan het beëindigen van de dienstbetrekking, niet passend is in dit bijzondere geval van gedeeltelijke beëindiging. Dit zou immers betekenen dat het ziekterisico en inkomensverlies volledig voor rekening van eiseres komen, wat niet de bedoeling van de wetgever is.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit van het UWV en bepaalde dat het UWV het betaalde griffierecht en de proceskosten aan eiseres moet vergoeden. Hiermee werd bevestigd dat aanspraak op ziekengeld ook kan bestaan bij gedeeltelijke beëindiging van de dienstbetrekking.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat eiseres aanspraak heeft op ziekengeld ondanks gedeeltelijke beëindiging van haar dienstbetrekking.