ECLI:NL:RBGRO:2004:AR5195
Rechtbank Groningen
- Kort geding
- W. Duitemeijer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid minderjarige in kort geding over schorsing ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing
Een minderjarige, ondertoezicht gesteld en geplaatst in een gesloten orthopedagogische voorziening, vordert in kort geding de schorsing van de verlenging van zijn ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing. De voorzieningenrechter oordeelt dat een minderjarige niet zelfstandig als procespartij kan optreden zonder vertegenwoordiging door zijn wettelijke vertegenwoordiger, in dit geval zijn moeder.
De minderjarige stelt dat hij recht heeft op een spoedige en onverwijlde beslissing over zijn vrijheidsbeneming, verwijzend naar het EVRM en het IVRK. De voorzieningenrechter erkent het belang van een spoedige beslissing, maar stelt dat dit niet betekent dat de minderjarige zelfstandig de kort gedingrechter kan aanspreken.
De feiten tonen een complexe situatie met ernstige gedragsproblemen van de minderjarige, meerdere verlengingen van ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing, en een langdurige procedure bij de kinderrechter en het gerechtshof. De voorzieningenrechter vindt geen juridische misslag of misbruik van bevoegdheid bij de tenuitvoerlegging van de beschikking en wijst de vordering af wegens niet-ontvankelijkheid.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is gewezen door voorzieningenrechter W. Duitemeijer op 3 november 2004.
Uitkomst: De minderjarige wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schorsing van de ondertoezichtstelling en gesloten uithuisplaatsing.