ECLI:NL:RBGRO:2004:AR8140
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen doodslag tot 18 maanden gevangenisstraf
Op 25 oktober 1999 werd het slachtoffer in de tuin van de broer van verdachte neergeschoten door een mededader, waarbij verdachte het wapen aan de mededader overhandigde en hem meerdere keren aanmoedigde om te schieten. De rechtbank achtte op basis van getuigenverklaringen en forensisch bewijs het medeplegen van doodslag wettig en overtuigend bewezen.
De zaak kende een complexe procedurele geschiedenis: verdachte zat enige tijd in voorarrest, werd daarna in vrijheid gesteld en kreeg een sepotbeslissing ter kennis gebracht. Later werd de vervolging via een artikel 12 Sv Pro-procedure hervat, wat leidde tot een langdurige onzekerheid van ongeveer vijf jaar over vervolging. De rechtbank hield rekening met deze omstandigheden en met het feit dat verdachte zorg draagt voor een ernstig zieke echtgenote.
De officier van justitie had een gevangenisstraf van drie jaar geëist, aansluitend bij het vonnis tegen de mededader. De rechtbank legde echter een gevangenisstraf van 18 maanden op, mede vanwege de strafverminderende omstandigheden. De vordering van de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard en moet bij de burgerlijke rechter worden ingediend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf voor medeplegen van doodslag.