ECLI:NL:RBGRO:2004:AS2353
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- D.A. Flinterman
- T. Duursma
- K.R. Bosker
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek gerechtelijke vaststelling vaderschap voor verkrijging Nederlanderschap
Verzoekers hebben bij de rechtbank Groningen een verzoek ingediend tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap van de man ten behoeve van de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit door het minderjarige kind.
Partijen zijn niet gehuwd, de man heeft zowel de Syrische als Nederlandse nationaliteit en de vrouw heeft de Syrische nationaliteit. Het kind woont bij hen en is erkend door de man volgens Syrisch recht. Verzoekers stellen dat het kind stateloos is omdat het door erkenning na inwerkingtreding van de nieuwe Rijkswet Nederlanderschap niet automatisch de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen en de vrouw ongehuwd is.
De rechtbank oordeelt dat op grond van artikel 6 van Pro de Wet conflictenrecht afstamming het Syrische recht van toepassing is, en dat het kind de Syrische nationaliteit bezit omdat de man Syrisch is en het vaderschap volgens Syrisch recht is erkend. Omdat toewijzing van het verzoek niet leidt tot verkrijging van de Nederlandse nationaliteit, ontbreekt belang bij het verzoek. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
De rechtbank wijst erop dat partijen tegen deze beschikking in hoger beroep kunnen gaan bij het Gerechtshof te Leeuwarden binnen drie maanden na datum uitspraak.
Uitkomst: Het verzoek tot gerechtelijke vaststelling van het vaderschap wordt afgewezen omdat het kind volgens Syrisch recht niet stateloos is en het verzoek geen verkrijging van de Nederlandse nationaliteit oplevert.