ECLI:NL:RBGRO:2004:AV5180
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen aandeelhoudster wegens niet-aansprakelijkheid bestuurder en adviseur bij surseance en faillissement
NOM, aandeelhoudster van bijna 50% in een holding, vordert schadevergoeding wegens het niet vooraf vragen van goedkeuring door de bestuurder voor de aanvraag van surseance van betaling en het daaropvolgende faillissement. NOM stelt dat hiermee de statuten en de participatie- en aandeelhoudersovereenkomst zijn geschonden en dat er sprake is van wanprestatie en onrechtmatig handelen.
De rechtbank stelt vast dat de statuten van de holding voorschrijven dat voor bepaalde bestuursbesluiten, waaronder de aanvraag van surseance, goedkeuring van de algemene vergadering van aandeelhouders vereist is. De bestuurder heeft deze goedkeuring niet gevraagd, wat een schending van een zorgvuldigheidsnorm jegens NOM als aandeelhoudster inhoudt. Echter, gelet op de omstandigheden, waaronder het ernstige financieringstekort en de belangenafweging van de bestuurder, is het niet nakomen van deze bepaling niet zodanig verwijtbaar dat aansprakelijkheid ontstaat.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de participatie- en aandeelhoudersovereenkomst niet is geschonden en dat de adviseur Forrester en zijn bestuurder niet onzorgvuldig hebben gehandeld jegens NOM. De stellingen van NOM dat Forrester wanprestatie heeft uitgelokt of onrechtmatig heeft gehandeld, zijn onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank wijst daarom alle vorderingen van NOM af en veroordeelt NOM in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van NOM worden afgewezen wegens onvoldoende verwijtbaarheid en gebrek aan aansprakelijkheid van bestuurders en adviseur.