ECLI:NL:RBGRO:2005:AT3310
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende medewerking aan educatieve maatregel rijvaardigheid
Verzoeker is door het CBR verplicht gesteld deel te nemen aan een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid (EMA) nadat de politie een vermoeden had geuit dat hij niet langer over de vereiste rijvaardigheid of geschiktheid beschikte. De EMA bestond uit een individueel voorgesprek en drie cursusdagen. Verzoeker nam niet actief deel aan de voorgesprekken en de cursus, wat leidde tot twee negatieve afloopberichten.
Verweerder verklaarde daarop het rijbewijs van verzoeker ongeldig wegens onvoldoende medewerking aan de EMA. Verzoeker betwistte het verloop van de voorgesprekken en stelde dat hij wel wilde deelnemen, maar niet werd toegelaten. De voorzieningenrechter oordeelde dat het voorgesprek een verplicht onderdeel van de EMA is en dat verweerder terecht kon vaststellen dat verzoeker niet de vereiste medewerking verleende.
Hoewel verweerder onzorgvuldig handelde door niet te reageren op verzoekers brieven, leidde dit niet tot onrechtmatigheid van het besluit. De voorzieningenrechter wees het beroep ongegrond en het verzoek om voorlopige voorziening af, waarmee het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs in stand bleef.
Uitkomst: Het beroep tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wegens onvoldoende medewerking aan de educatieve maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.