ECLI:NL:RBGRO:2005:AT8211
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Schorsing kapvergunning voor monumentale bomen bij bouw onderwijsgebouw wegens onvoldoende belangenafweging
De rechtbank Groningen behandelde een verzoek tot voorlopige voorziening tegen een kapvergunning verleend door het college van burgemeester en wethouders van Groningen voor het kappen van 14 bomen en het herplanten van één boom ten behoeve van de bouw van een nieuw onderwijsgebouw.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de ruimtelijke onderbouwing bij de bouwvergunning niet naadloos aansluit op het bestreden besluit, omdat de kapvergunning ook betrekking heeft op een monumentale iep, terwijl in de onderbouwing werd gesteld dat geen monumentale bomen mochten worden gekapt. Daarnaast werd de kapvergunning verleend onder toepassing van een gewijzigde Algemene plaatselijke verordening Groningen (APVG) en gewijzigd beleid, waarbij de gemeenteraad zich bij gemeentelijke kapaanvragen over groenbelangen dient uit te spreken. Dit was in dit geval niet gebeurd.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het college het besluit niet zorgvuldig had voorbereid en onvoldoende had gemotiveerd, in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Daarom werd het verzoek tot opheffing van de opschortende werking van de kapvergunning afgewezen en werd de kapvergunning geschorst tot drie weken na de datum van bekendmaking van het nog te nemen besluit op bezwaar. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan de omwonenden.
Uitkomst: De kapvergunning wordt geschorst wegens onvoldoende zorgvuldige belangenafweging en motivering door het college.