ECLI:NL:RBGRO:2005:AU6183
Rechtbank Groningen
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Weigering exploitatievergunning prostitutie wegens ontbrekende inschrijving Handelsregister
Verzoeker heeft exploitatievergunningen aangevraagd voor prostitutieinrichtingen, maar verweerder weigerde deze op grond van het ontbreken van inschrijving in het Handelsregister. Verzoeker stelde dat hij geen ondernemer is en zich daarom niet kan inschrijven. Verweerder baseerde de weigering op artikel 3.2.1 lid 2 sub f van de APVG en artikel 30 Wet Pro BIBOB.
De voorzieningenrechter oordeelde dat artikel 4 Wet Pro BIBOB niet als grondslag kan dienen voor weigering van een aanvraag, omdat dit artikel ziet op intrekking van vergunningen. Ook is niet altijd een afschrift van inschrijving in het Handelsregister vereist, zeker niet als sprake is van een natuurlijk persoon die geen onderneming drijft. De weigering kon daarom de toets der rechtmatigheid niet doorstaan.
Desondanks wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af omdat het te vroeg zou zijn om vooruit te lopen op een mogelijk BIBOB-onderzoek of andere weigeringsgronden. Wel werd de gemeente Groningen veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten van verzoeker.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van exploitatievergunningen wordt afgewezen, maar de gemeente Groningen wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.