ECLI:NL:RBGRO:2005:BX7527
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Salarisvordering wegens waarneming functie plaatsvervangend eerste concertmeester
Eiser trad in 1991 in dienst als tweede concertmeester bij Stichting Noord-Nederlands Orkest (NNO). Hij vordert betaling van achterstallig salaris en vakantiedagenvergoeding, omdat hij gedurende zijn dienstverband regelmatig de functie van eerste concertmeester heeft waargenomen zonder daarvoor extra betaald te zijn. De arbeidsovereenkomst vermeldde niet dat hij plaatsvervanger was voor de eerste concertmeester.
De CAO Nederlandse Orkesten regelt salarissen en toelagen voor bijzondere functies, waaronder plaatsvervangers. De rechtbank onderzoekt of eiser de functie van plaatsvervangend eerste concertmeester heeft waargenomen, hoe lang deze waarnemingen duurden en hoe de salarisverhoging berekend moet worden. De rechtbank stelt vast dat feitelijk een van de twee eerste concertmeesters als plaatsvervanger fungeerde en dat eiser bij voortduring deze functie heeft waargenomen, wat recht geeft op een toeslag met een wachttijd van 15 dagen per jaar.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat voor incidentele waarnemingen een periode van drie dagen redelijk is en dat de salarisverhoging moet worden gebaseerd op het verschil tussen het dagloon van eiser en dat van de eerste concertmeester. De rechtbank wijst het beroep van eiser op salarisbetaling tijdens werkverzuim wegens ziekte af, omdat geen bijzondere omstandigheden zijn vastgesteld. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken over de duur en omvang van de waarnemingen en de berekening van de toeslag.
Uitkomst: De zaak is aangehouden voor nadere stukken over duur en omvang van waarnemingen en berekening salarisverhoging; geen salarisbetaling tijdens werkverzuim wordt bevestigd.