ECLI:NL:RBGRO:2006:AV2507
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst afgewezen; verhuurder verplicht herstel gebreken woonruimte
De verhuurder vorderde ontbinding van de huurovereenkomst van twee huurwoningen wegens hun onbewoonbare staat en de hoge kosten van herstel die volgens hem niet rendabel zijn. De huurder vorderde herstel van de gebreken en stelde dat de woningen bewoonbaar zijn en dat de verhuurder wettelijk verplicht is tot onderhoud.
De kantonrechter stelde vast dat de huurder de woningen bewoont en dat er geen sprake is van wanprestatie door de huurder. De verhuurder had de woningen gekocht met het plan tot sloop en nieuwbouw, zonder deze te bezichtigen, en nam het risico dat de huurovereenkomst niet ontbonden zou worden. De kantonrechter oordeelde dat de belangenafweging uitviel in het voordeel van de huurder, die recht heeft op voortgezet huur- en woongenot.
De kantonrechter wees de ontbindingsvordering af en veroordeelde de verhuurder binnen twee maanden de door de Huurcommissie vastgestelde gebreken adequaat te herstellen. De vordering van de huurder tot terugbetaling van te veel betaalde huur werd niet ontvankelijk verklaard omdat hierover al een procedure bij de Huurcommissie had plaatsgevonden. De kosten van beide procedures werden aan de verhuurder opgelegd.
Uitkomst: De ontbindingsvordering wordt afgewezen en verhuurder wordt veroordeeld tot herstel van de gebreken binnen twee maanden.