ECLI:NL:RBGRO:2006:AV2527
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.Tj. Terpstra
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot betaling mobiele telefoniecontract betwist wegens vermeend misbruik identiteitsgegevens
Vodafone heeft een vordering ingesteld tot betaling van € 862,88 voor een mobiele telefoniecontract afgesloten op naam van gedaagde. Gedaagde betwist het contract en stelt dat het is afgesloten door een derde die misbruik maakte van zijn identiteitsbewijs en bankpas. Hij heeft aangifte gedaan van diefstal en oplichting.
Vodafone baseert haar vordering op de overeenkomst en een handtekening die volgens haar overeenkomt met die van gedaagde. Er is ook contact geweest tussen het telefoonnummer van het contract en een ander nummer van gedaagde. Gedaagde ontkent echter de overeenkomst te hebben gesloten.
De kantonrechter constateert dat Vodafone niet heeft voldaan aan haar procesrechtelijke verplichtingen, zoals het opnemen van het verweer in de dagvaarding, het tijdig overleggen van bewijsstukken en het volledig presenteren van de feiten. Vodafone krijgt de gelegenheid om aanvullende stukken en een deskundigenrapport over de handtekening te overleggen.
De kantonrechter benadrukt dat het procesrecht voor alle partijen gelijk is en dat frequent procederende partijen geen voorkeursbehandeling krijgen. De zaak wordt aangehouden voor nadere stukken van Vodafone en verdere beslissing volgt later.
Uitkomst: De zaak wordt aangehouden voor nadere bewijslevering door Vodafone en verdere beslissing volgt later.