ECLI:NL:RBGRO:2006:AV2590
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling herziening bijstandsuitkering bij studerende partner onder WWB
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van 9 september 2004 waarbij het bezwaar tegen de herziening van hun bijstandsuitkering per 1 juni 2004 onder de Wet werk en bijstand (WWB) ongegrond werd verklaard. De herziening hield in dat de studerende partner niet langer werd uitgesloten van bijstand en dat de studiefinanciering volledig op de bijstandsnorm werd gekort.
Eisers voerden aan dat het besluit in strijd was met artikel 33 WWB Pro omdat niet langer rekening werd gehouden met de feitelijke inkomsten van de studerende partner, en verwezen naar jurisprudentie waarin een andere berekeningswijze werd gehanteerd. De rechtbank stelde vast dat het inkomen uit studiefinanciering volgens artikel 33 WWB Pro dwingend wordt gewaardeerd op het normbedrag voor levensonderhoud, waarbij de ouderlijke bijdrage niet dubbel wordt meegeteld.
De rechtbank oordeelde dat de inkomsten uit studiefinanciering en arbeid van de studerende partner terecht volledig in aanmerking zijn genomen bij de vaststelling van de bijstandsuitkering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eisers tegen de herziening van hun bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.