ECLI:NL:RBGRO:2006:AV4207
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- L.M.E. Kiezebrink
- M.J.B. Holsink
- C.L.B. Kocken
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor poging doodslag wegens onvoldoende bewijs van steekincident
Op 11 september 2004 werd verdachte beschuldigd van poging tot doodslag op zijn neef door met een mes stekende bewegingen te maken. Daarnaast werd hem bedreiging ten laste gelegd. Tijdens het onderzoek verklaarden meerdere getuigen en de aangever, maar hun verklaringen liepen op cruciale punten uiteen. Verdachte ontkende de tenlastelegging.
De politie stelde een proces-verbaal van bevindingen op over een vechtpartij waarbij verdachte betrokken zou zijn, maar er werd geen nader onderzoek gedaan naar de identiteit van het slachtoffer dat op de grond lag. Door deze onduidelijkheden kon de rechtbank niet vaststellen dat verdachte daadwerkelijk de poging tot doodslag had gepleegd.
De benadeelde partij voegde zich schriftelijk in het strafproces, maar de rechtbank verklaarde haar vordering niet-ontvankelijk en verwees haar naar de burgerlijke rechter. De officier van justitie vorderde tenuitvoerlegging van een eerdere voorwaardelijke veroordeling, maar deze vordering werd afgewezen. De rechtbank sprak verdachte vrij wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van poging tot doodslag wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.