ECLI:NL:RBGRO:2006:AV4849
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek omgangsregeling tussen vader en minderjarig kind
De rechtbank Groningen behandelde het verzoek van de moeder tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en hun minderjarige kind. Eerder was een voorlopige omgangsregeling vastgesteld waarbij partijen zich tot de GGZ zouden wenden om verdere afspraken te maken. De moeder heeft zich aan deze afspraak gehouden, maar de vader niet. Hij heeft onder meer nagelaten de omgangsweekenden goed in te vullen en heeft een vakantieafspraak niet nagekomen.
Ondanks het niet nakomen van afspraken door de vader, besloot de rechtbank het verzoek toe te wijzen. De rechtbank anticipeerde hiermee op de toekomstige wetgeving ingevolge de Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding, die onder meer de verplichting van ouders om de ontwikkeling van de banden van het kind met de andere ouder te bevorderen, expliciet maakt.
De rechtbank benadrukte het belang van een goede relatie tussen ouders en kind voor de evenwichtige ontwikkeling van het kind en stelde dat de vader als mede-gezaghebbende zijn verantwoordelijkheid moet nemen. De omgangsregeling werd vastgesteld op één weekend per twee weken en de helft van de vakanties en feestdagen. Partijen werd geadviseerd om zo spoedig mogelijk in overleg te treden en eventueel hulp in te schakelen om de omgang te bevorderen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling tussen de vader en het minderjarige kind wordt toegewezen met een regeling van één weekend per twee weken en de helft van de vakanties en feestdagen.