ECLI:NL:RBGRO:2006:AV8603
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.W. de Jonge
- E.M.J. Brink
- C.L.B. Kocken
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor dealen cocaïne gedurende meerdere maanden
De rechtbank Groningen heeft op 6 april 2006 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een 44-jarige verdachte die gedurende de periode van 1 juni 2005 tot en met 11 december 2005 in de gemeente Delfzijl meermalen cocaïne heeft verkocht, afgeleverd en aanwezig heeft gehad. Op basis van getuigenverklaringen acht de rechtbank het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, terwijl de verklaring van verdachte als ongeloofwaardig werd beoordeeld.
De rechtbank heeft bij de strafoplegging rekening gehouden met de aard en ernst van het bewezenverklaarde, de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd, de vordering van de officier van justitie tot twaalf maanden gevangenisstraf, en de persoon van verdachte. Uit het dossier blijkt dat verdachte reeds veelvuldig is veroordeeld voor strafbare feiten, waaronder overtredingen van de Opiumwet, en dat hij na een politie-inval in zijn woning is doorgegaan met de handel in cocaïne.
De rechtbank oordeelt dat verdachte door zijn handelen een essentiële schakel vormt in de drugscriminaliteit en dat zijn handelen aanzienlijke overlast veroorzaakt. Gezien deze omstandigheden en de recidive legt de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twaalf maanden op, met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
De rechtbank verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. De straf wordt opgelegd conform de artikelen 27 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twaalf maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor het meermalen dealen van cocaïne.