ECLI:NL:RBGRO:2006:AY6097

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
27 juli 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
286701/06-2529
Instantie
Rechtbank Groningen
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • G.R. van Baak-Klijnsma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:248 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering videotheek afgewezen wegens strijd met redelijkheid en billijkheid bij retourbon

De videotheek vorderde betaling van €530,05 wegens niet teruggebrachte huur van een film, onder verwijzing naar een retourbon als bewijs. De gedaagde betwistte de vordering en stelde dat hij een spel had gehuurd en dit tijdig had teruggebracht. Tevens voerde hij aan dat de videotheek haar schadebeperkingsplicht had verzaakt door pas na bijna een jaar de retourbon te eisen.

De rechtbank oordeelde dat hoewel de algemene voorwaarden van de videotheek de retourbon als bewijs vereisten, het onredelijk was om deze voorwaarde na zo'n lange periode tegen de gedaagde te gebruiken. De videotheek had eerder moeten reageren en de vordering tijdig moeten onderbouwen. Bovendien was niet gebleken dat de videotheek de gedaagde de kans had gegeven de retourbon te tonen.

Daarom werd de vordering afgewezen en werd de videotheek veroordeeld in de proceskosten. Dit oordeel is gebaseerd op artikel 6:248 lid 2 BW Pro over redelijkheid en billijkheid.

Uitkomst: De vordering van de videotheek wordt afgewezen wegens strijd met redelijkheid en billijkheid bij het tegenwerpen van de retourbon.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector kanton
Locatie Groningen
Zaak\rolnummer: 286701/06-2529
Vonnis d.d. 27 juli 2006
inzake
de vennootschap onder firma Videotheek [eiseres],
gevestigd en kantoorhoudende te [plaats],
eiseres, hierna de Videotheek,
gemachtigde Bureau Mercuur, incassobureau te Groningen
tegen
[gedaagde], wonende te [woonplaats], [adres],
gedaagde, hierna [gedaagde], gemachtigde mr. J.S. Brolsma, advocaat te Groningen.
PROCESGANG
Bij dagvaarding heeft de Videotheek gevorderd [gedaagde] te veroordelen tot betaling van € 530,05 vermeerderd met rente en proceskosten. [gedaagde] heeft de vordering bestreden, waarna partijen hebben gere- en gedupliceerd.
Hierna is vonnis bepaald op heden.
OVERWEGINGEN
1. De Videotheek legt - kort weergegeven - aan haar vordering het volgende ten grondslag.
[gedaagde] heeft in het weekeinde van 27 tot en met 29 september 2002 de film ‘Small Soldiers’ gehuurd bij de Videotheek. Deze film is nooit teruggebracht. Het bewijs van het tegendeel kan op grond van de door de Videotheek gehanteerde, en aan [gedaagde] overhandigde, algemene voorwaarden slechts worden geleverd door overlegging van de getekende retourbon. De Videotheek heeft op verschillende manieren geprobeerd met [gedaagde] in contact te treden, maar dit is niet gelukt. Thans maakt de Videotheek aanspraak op € 407,50 voor 13 weken huur en de heraanschaf van de film, vermeerderd met rente (€ 47,55) en buitengerechtelijke kosten (€ 75,-). Aldus berekend bedraagt de vordering € 530,05 vermeerderd met (verdere) rente.
2. Het verweer van [gedaagde] komt op het volgende neer.
[gedaagde] heeft een spel gehuurd in het door de Videotheek genoemde weekend en niet een film, zoals zij stelt. [gedaagde] heeft het spel op 29 september 2002 weer ingeleverd. In september/ oktober 2003 heeft hij ineens aanmaningen ontvangen waarin hij werd gesommeerd € 1.641,93 te betalen. Daarna is lange tijd niets van het incassobureau vernomen, totdat hij in november 2005 opnieuw voor een bedrag van € 554,23 is aangemaand. [gedaagde] betwist dat hem algemene voorwaarden ter hand zijn gesteld. Bovendien kan van hem kan niet worden gevergd drie jaar na dato nog de retourbon te overleggen. De Videotheek had eerder en adequater kunnen reageren, zodat zij heeft verzuimd haar schadebeperkingsplicht na te komen.
Beoordeling
3. Tussen partijen is in geschil of het gehuurde op 29 september 2002 al dan niet door [gedaagde] bij de Videotheek is terugbezorgd. De Videotheek heeft ter onderbouwing van haar standpunt dat dit niet is gebeurd gewezen op de huurbon uit haar administratie en het feit dat [gedaagde] niet een getekende retourbon kan overleggen. Voor zover ervan uit dient te worden gegaan dat de algemene voorwaarden aan [gedaagde] ter hand zijn gesteld en daarmee in beginsel de contractuele verhouding tussen partijen beheersen, impliceert dit naar het oordeel van de kantonrechter niet dat de inhoud hiervan tot in lengte van dagen aan [gedaagde] kan worden tegengeworpen. Van de Videotheek had namelijk mogen worden verwacht dat zij in elk geval binnen een termijn van enkele weken [gedaagde] had geconfronteerd met de bevindingen uit haar administratie en niet eerst een jaar wacht om vervolgens op 12 september 2003 via haar incassogemachtigde het extreem buitensporige bedrag van € 1.641,93 bij hem in rekening te brengen. Van [gedaagde] kan redelijkerwijze niet worden verlangd om na zodanige geruime tijd nog de retourbon te overleggen, laat staan in november 2005 wanneer de Videotheek na een radiostilte van ruim een jaar opnieuw op de zaak terugkomt. Hierbij merkt de kantonrechter bovendien op dat niet gebleken is dat de Videotheek een groot belang hecht aan de retourbon, nu nergens uit naar voren komt dat [gedaagde] de gelegenheid is geboden om ter afwering van de vordering de betreffende bon te overleggen.
4. De Videotheek heeft haar stelling dat eerder is geprobeerd contact met [gedaagde] te leggen niet met stukken onderbouwd. Voor zover zij betoogt dat dit eerder niet mogelijk was, wordt dit argument weerlegd door het feit dat de incassobrieven wel degelijk door [gedaagde] zijn ontvangen en bovendien op hetzelfde adres als vermeld op de door de Videotheek overgelegde huurbon. De kantonrechter acht het op grond van het voorgaande daarom naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid als bedoeld in artikel 6:248 lid 2 BW Pro onaanvaardbaar om [gedaagde] tegen te werpen dat hij geen retourbon kan overleggen. Aangezien daarmee de grondslag aan vordering van de Videotheek is komen te ontvallen, zal die worden afgewezen.
5. De Videotheek zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding.
BESLISSING
De kantonrechter:
wijst de vordering af
veroordeelt de Videotheek in de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op € 200,-- betreffende salaris van de gemachtigde, welk bedrag dient te worden voldaan aan de griffier van dit gerecht.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.R. van Baak-Klijnsma, kantonrechter, en op 27 juli 2006 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.
js