ECLI:NL:RBGRO:2006:AY6369

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
21 januari 2006
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 05/228
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:74 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:77 AwbArt. 26 AWRArt. 217 Gemeentewet
Verwijzingen
8 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onterechte heffing leges advieskosten welstandszorg bij bouwvergunning

Eiser werd door verweerder een bedrag van €110 aan leges voor een welstandsadvies in rekening gebracht in verband met een bouwvergunningaanvraag. Na bezwaar handhaafde verweerder de aanslag, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank.

Uit de stukken bleek dat het welstandsadvies werd uitgebracht op 2 april 2003, terwijl de bouwvergunningaanvraag van eiser dateerde van 23 mei 2002 en op 8 juli 2002 werd afgewezen. Verweerder kon niet aannemelijk maken dat het advies betrekking had op de aanvraag van eiser.

De rechtbank oordeelde dat het beroep gegrond is, vernietigde de bestreden uitspraak en de aanslag, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van het door eiser betaalde griffierecht en reiskosten. De uitspraak werd op 21 januari 2006 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de heffing van leges voor het welstandsadvies wordt vernietigd.

Uitspraak

RECHTBANK GRONINGEN
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Registratienummer: AWB 05/228 LEGGW HOB
Uitspraakdatum: 21 januari 2006
Uitspraak als bedoeld in artikel 8:77 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 26 Algemene Pro wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[eiser], wonende te [woonplaats], eiser,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Loppersum,verweerder.
1. Ontstaan en loop van het geding
Verweerder heeft aan eiser een bedrag van € 110,-- aan leges voor het inwinnen van een welstandsadvies in rekening gebracht.
Na daartegen gemaakt bezwaar heeft verweerder bij de uitspraak op bezwaar de aanslag gehandhaafd. Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 20 december 2005 te Groningen.
Eiser is aldaar in persoon verschenen.
Verweerder heeft zich - na voorafgaande kennisgeving - niet doen vertegenwoordigen.
De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek ter zitting gesloten.
2. De feiten
Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat, als tussen partijen niet in geschil, dan wel door een van hen gesteld en door de wederpartij niet of niet voldoende weersproken, het volgende vast:
Aan eiser is bij nota van 24 september 2004 een bedrag van € 110,-- aan legeskosten in rekening gebracht voor een advies welstandszorg in verband met een bouwvergunning.
3. Het geschil
In geschil is het antwoord op de vraag of verweerder terecht van eiser leges ter hoogte van een bedrag van € 110,-- heeft geheven voor advieskosten welstandszorg.
Partijen doen hun standpunten steunen op de gronden welke daartoe door hen zijn aangevoerd in de van hen afkomstige stukken, van al welke stukken de inhoud als hier ingevoegd moet worden aangemerkt.
Eiser concludeert tot gegrondverklaring van het beroep, vernietiging van de uitspraak op bezwaar en vernietiging van de aanslag.
Verweerder concludeert tot ongegrondverklaring van het beroep.
4. Beoordeling van het geschil
Artikel 229, eerste lid, aanhef en onder b, Gemeentewet bepaalt dat rechten kunnen worden geheven ter zake van het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten.
Artikel 217 Gemeentewet Pro bepaalt dat de belastingverordeningen in de daartoe leidende gevallen de belastingplichtige, het voorwerp van de belasting, de grondslag, het tarief, het tijdstip van ingang van de heffing en hetgeen overigens voor de heffing en de invordering van belang is vermelden.
In artikel 2 van Pro de Verordening op de heffing en de invordering van leges 2002 van de gemeente Loppersum (hierna: Legesverordening 2002) is bepaald dat onder de naam "leges" rechten worden geheven ter zake van het genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in de verordening en de daarbij behorende tarieventabel. Artikel 3 van Pro de Legesverordening 2002 bepaalt dat de aanvrager van de dienst dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend belastingplichtig is. Artikel 5, eerste lid, van de Legesverordening 2002 bepaalt dat de leges worden geheven naar de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.
Eiser heeft in deze onder meer gesteld dat er geen advies is uitgebracht.
Uit de bij de gedingstukken aanwezige maandnota van de maand april 2003 van de stichting Libau welstands- en monumentenzorg Groningen (hierna: Libau), blijkt dat deze op 2 april 2003 advies heeft uitgebracht inzake de aanvraag om een bouwvergunning betreffende de [adres] te [woonplaats].
Blijkens de gedingstukken is eisers bouwaanvraag gedateerd op 23 mei 2002, en is door verweerder op deze aanvraag vervolgens op 8 juli 2002 afwijzend beslist.
Nu het welstandsadvies is uitgebracht op 2 april 2003 en verweerder - ook desgevraagd - geen verklaring heeft gegeven op welke wijze het op 2 april 2003 afgegeven advies van Libau ziet op de weigering van de bouwvergunning van 8 juli 2002, acht de rechtbank het niet aannemelijk geworden dat ten aanzien van eisers aanvraag om een bouwvergunning van
23 mei 2002 een welstandsadvies is uitgebracht.
Het bovenstaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat het beroep gegrond dient te worden verklaard en de bestreden uitspraak dient te worden vernietigd.
Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient ingevolge artikel 8:74, eerste lid, Awb, te worden bepaald dat het door eiser betaalde griffierecht ad € 37,00 door de gemeente Loppersum aan eiser wordt vergoed.
5. Proceskosten
De rechtbank acht geen termen aanwezig voor het uitspreken van een proceskostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Awb.
6. Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de bestreden uitspraak van verweerder van 14 februari 2005;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser (reiskosten), welke zijn vastgesteld op € 8,56 en bepaalt dat de gemeente Loppersum eiser deze kosten moet betalen;
- gelast dat de gemeente Loppersum als rechtspersoon het door eiser betaalde griffierecht van € 37,- vergoedt.
Deze uitspraak is vastgesteld door mr. M.P. den Hollander. De beslissing is
op 21 januari 2006 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van M. Lammerts-Rannenburg, griffier.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum:
- hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Leeuwarden (belastingkamer), Postbus 1704, 8901 CA
Leeuwarden; dan wel
- beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag, mits de wederpartij daarmee schriftelijk instemt.
N.B. Bij het bestuursorgaan berust de bevoegdheid tot het instellen van beroep in cassatie niet bij de ambtenaar die de procedure voor de rechtbank heeft gevoerd.
Bij het instellen van hoger beroep dan wel beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep dan wel het beroep in cassatie.
Bij het instellen van beroep in cassatie dient daarnaast in acht te worden genomen dat bij het beroepschrift een schriftelijke verklaring van de wederpartij wordt gevoegd, inhoudende dat wordt ingestemd met het instellen van beroep in cassatie tegen de uitspraak van de rechtbank.
AWB 05/228 LEGGW HOB blad 3
Uitspraak