ECLI:NL:RBGRO:2006:AY6413
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling waarde woning op grond van Wet WOZ met taxatierapport en referentieobjecten
De zaak betreft een geschil over de vastgestelde WOZ-waarde van een benedenwoning uit 1932 met een schuur en tuin, gelegen te Groningen. Verweerder stelde de waarde per 1 januari 2003 vast op €101.000, welke waarde door eiser werd bestreden met een eigen taxatie van €80.000 à €81.000 en een taxatierapport van september 2004 van €105.000.
De rechtbank overweegt dat de WOZ-waarde moet worden bepaald op basis van de waarde in het economische verkeer, waarbij verkoopcijfers van vergelijkbare objecten rond de waardepeildatum leidend zijn. Verweerder heeft een taxatierapport van februari 2006 overgelegd met vier referentieobjecten, waarvan één object direct vergelijkbaar is en op 13 augustus 2003 voor €120.000 werd verkocht, geïndexeerd naar de peildatum.
Eisers taxatierapport werd pas ter zitting ingebracht en is daarom te laat volgens artikel 8:58 Awb Pro. De rechtbank acht de verschillen tussen de woning en referentieobjecten onvoldoende om de vastgestelde waarde te herzien. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €101.000 wordt ongegrond verklaard.