ECLI:NL:RBGRO:2006:AY6444
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning na vernietiging uitspraak op bezwaar wegens onvoldoende motivering
De rechtbank Groningen behandelde een geschil over de WOZ-waarde van een woning per waardepeildatum 1 januari 2003. Verweerder had de waarde vastgesteld op €593.272 en handhaafde dit bij uitspraak op bezwaar. Eiser stelde beroep in en bepleitte een lagere waarde van €435.560. Tijdens de procedure wijzigde verweerder zijn standpunt en stelde een waarde van €530.172 voor.
De rechtbank oordeelde dat de vergelijking met referentieobjecten, ondanks verschillen, passend was en dat de taxateur voldoende rekening had gehouden met positieve en negatieve woningkenmerken. De rechtbank verwierp het beroep van eiser op grond van onvoldoende waardedrukking en concludeerde dat verweerder een deugdelijke onderbouwing had geleverd.
Wel constateerde de rechtbank dat de uitspraak op bezwaar onvoldoende was gemotiveerd ten opzichte van het bezwaarschrift, wat aanleiding gaf tot vernietiging van die uitspraak. De rechtbank stelde de WOZ-waarde nader vast op €530.172 en gelastte vergoeding van het betaalde griffierecht. Verzoek tot vergoeding van studiekosten werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en stelde de WOZ-waarde van de woning vast op €530.172, met vergoeding van het griffierecht aan eiser.