ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ0753
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.P. Evenhuis
- E.M.J. Brink
- G.H. Boekaar
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens niet-voltooide poging tot brandstichting met gevaar voor levens
Op 7 juli 2006 heeft de verdachte geprobeerd brand te stichten in een woning door zichzelf en haar kleding te overgieten met brandbare vloeistof en met een aansteker in de hand te dreigen zichzelf en haar kinderen in brand te steken. Dit gedrag vond plaats in aanwezigheid van haar moeder en stiefvader, die met succes op haar hebben ingepraat om het misdrijf niet te voltooien.
De rechtbank heeft vastgesteld dat hoewel het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen is, de verdachte zelf uit eigen beweging heeft besloten haar voornemen niet te voltooien door de aansteker weg te leggen en in slaap te vallen. Hierdoor is het misdrijf niet voltooid.
De rechtbank kwalificeerde het bewezen feit als poging tot opzettelijk brandstichten met gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor anderen. Ondanks de bewezen poging acht de rechtbank de verdachte niet strafbaar en verleent zij ontslag van alle rechtsvervolging.
De officier van justitie had een andere straf geëist, maar de rechtbank volgde dit niet en sprak de verdachte vrij van het subsidiaire ten laste gelegde. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen op 24 oktober 2006.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens vrijwillige terugtred bij poging brandstichting.