ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ0755
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing gezamenlijk gezag over minderjarige kinderen na beëindiging samenleving
Tijdens de samenleving van A. en B. zijn twee kinderen geboren. Na de beëindiging van hun relatie oefenden zij samen het gezag uit over één kind. A. verzorgt de dagelijkse opvoeding en wil samen met haar nieuwe partner het gezag over het tweede kind uitoefenen. B. verzoekt ook gezamenlijk gezag over dit kind. De rechtbank wijst dit verzoek toe omdat geen omstandigheden zijn gebleken die dit tegenstaan.
De rechtbank stelt vast dat beide vrouwen nauw betrokken zijn bij het kind en dat het in het belang van het kind is dat zij zoveel mogelijk betrokken blijven. Er bestaat een omgangsregeling die goed verloopt en beide kinderen worden gelijk behandeld. De communicatie tussen partijen is niet optimaal, maar niet zodanig verstoord dat gezamenlijk gezag onmogelijk is.
De rechtbank beveelt tevens aan om de begeleiding door de GGz te hervatten ter verbetering van de communicatie. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven en uitgesproken in aanwezigheid van partijen en hun advocaten.
Uitkomst: Het verzoek tot gezamenlijk gezag over het tweede kind wordt toegewezen omdat dit in het belang van het kind is en beide ouders actief betrokken zijn.