ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ2508
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WOZ-waarde woning ondanks gestelde grondverzakkingen
Verweerder heeft de WOZ-waarde van een vrijstaande woning vastgesteld op €538.000,- per waardepeildatum 1 januari 2003 voor het tijdvak 1 januari 2005 tot 1 januari 2007. Eiser, gebruiker en genothebbende van de woning, stelde dat de waarde te hoog was vanwege grondverzakkingen die de waarde zouden drukken.
De rechtbank oordeelde dat de taxateur niet in de gelegenheid was de woning zelf te inspecteren vanwege de weigering van eiser, waardoor de taxatie gebaseerd was op reeds beschikbare gegevens. De taxateur en ambtelijke stukken toonden aan dat de grondverzakkingen geen constructieve schade veroorzaakten en geen waardedrukkende factor vormden. Verder waren de vergelijkingsobjecten passend en correct toegepast in de waardebepaling.
De rechtbank stelde vast dat de waarde van de woning correct was vastgesteld, ook rekening houdend met de dakkapel die op de waardepeildatum nog in aanbouw was. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.