ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ2539
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde onroerende zaak op basis van werkelijke huurprijs
Eiser betwistte de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van een onroerende zaak, een café gelegen in het centrum van een woonplaats, per waardepeildatum 1 januari 2003. Verweerder baseerde de waardering op een taxatierapport waarin de haalbare huurprijs hoger werd gesteld dan de werkelijke huurprijs, mede gebaseerd op waardestijgingen van vergelijkbare verkochte objecten.
De rechtbank overweegt dat volgens vaste rechtspraak de waardeontwikkeling van onroerende zaken in de regio niet zonder meer kan worden toegepast op een specifiek object. De rechtbank oordeelt dat verweerder niet is geslaagd in de bewijslast om de hogere haalbare huurprijs aannemelijk te maken. De werkelijke huurprijs, die jaarlijks geïndexeerd is, vormt een betrouwbaarder uitgangspunt.
De rechtbank stelt de waarde van de onroerende zaak vast op € 64.500,-, gebaseerd op de werkelijke huurprijs en de niet bestreden kapitalisatiefactor. Tevens veroordeelt zij verweerder in de proceskosten. De uitspraak is gedaan op 12 september 2006 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de onroerende zaak wordt vastgesteld op € 64.500,- op basis van de werkelijke huurprijs.