ECLI:NL:RBGRO:2006:AZ5339
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse opzegging opdrachtsovereenkomst en redelijke loonvaststelling hypotheekbemiddelaar
In deze zaak stond de vraag centraal of de hypotheekbemiddelaar ([eiser]) zijn kosten kon verhalen op de opdrachtgever ([gedaagde]) na tussentijdse opzegging van de opdrachtsovereenkomst.
Partijen sloten een overeenkomst tot opdracht waarbij de bemiddelaar werkzaamheden verrichtte, maar de opdrachtgever zegde de overeenkomst tussentijds op. De kantonrechter stelde vast dat de opdrachtgever ingevolge artikel 7:408 lid 1 BW Pro de overeenkomst te allen tijde kan opzeggen, maar dat de opdrachtnemer volgens artikel 7:411 lid 1 BW Pro recht heeft op een naar redelijkheid vastgesteld loon voor reeds verrichte werkzaamheden.
De kantonrechter nam de factuur van 12 mei 2005 als uitgangspunt en constateerde dat de opdrachtgever geen voordeel had genoten van de opzegging, omdat een andere bemiddelaar een gunstigere hypotheek had afgesloten zonder profijt van de eerdere werkzaamheden. Tevens werd geoordeeld dat de informatieverstrekking door de opdrachtnemer onvoldoende was, omdat niet duidelijk was gemaakt dat het te lenen bedrag een opslag van 0,2% ten behoeve van de opdrachtnemer bevatte.
Hierdoor werd het loon en de onkosten van de opdrachtnemer vastgesteld op een derde van het gefactureerde bedrag. De vordering tot buitengerechtelijke kosten werd afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende sommatie. De opdrachtgever werd veroordeeld tot betaling van €345,89 plus wettelijke rente en de proceskosten.
Uitkomst: De opdrachtgever is veroordeeld tot betaling van een derde van de declaratie van de hypotheekbemiddelaar wegens tekortschietende informatieverstrekking.