De economische politierechter ziet zich voor de vraag gesteld tot wie artikel 4b van de Regeling zich richt. In artikel 4b, noch elders in de Regeling wordt met zoveel woorden antwoord op deze vraag gegeven.
Artikel 4b heeft betrekking op het vervoer van vis tussen de plaats van aanlanding of invoer en de plaats (en het moment) waar(op) de vis verkocht wordt. Aangenomen moet worden dat het artikel zich daarom richt tot degene die voor dat vervoer verantwoordelijk is: de vervoerder. De vraag is of het begrip vervoerder alleen het bedrijf omvat dat voor het vervoer zorg draagt, al dan niet mede in de hoedanigheid van (ver)koper van de betrokken vis, of dat het begrip tevens de chauffeur van de vrachtwagen omvat waarin de vis vervoerd wordt.
In de toelichting(en) van de Staatssecretaris van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij (thans Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) is onder meer het volgende uiteengezet. De Regeling 'stelt eisen aan administraties van aanvoerders van vis, de visafslagen en de kopers van vis die deze direct van de aanvoerders betrekken, teneinde naast de bestaande fysieke controle ook door middel van controle van administraties de naleving van vangstbeperkende maatregelen te kunnen controleren'. (Toelichting op de Regeling, Stcrt. 1984, 219).
Uit deze passage volgt dat de Regeling beoogt de bevoegde autoriteiten in staat te stellen bij de achtereenvolgende aan de in de handel in zeevis deelnemende partijen, dat wil zeggen binnen het traject van vangst, (tussen)handel en visafslag, telkens de herkomst van de gevangen zeevis te achterhalen. Dit brengt mee dat deze partijen de normadressaat zijn en niet de in dienst van die partijen werkzame personen, voor zover zij niet zijn aan te merken als bestuurder of leidinggevende. Onder het begrip 'vervoerder' is daarom niet begrepen de chauffeur die slechts in dienst of in opdracht van de vervoerder de vis vervoert.
De economische politierechter ziet zich in deze opvatting gesterkt door de context waarin in artikel 4b het begrip vervoerder wordt gebruikt, namelijk als degene die verantwoordelijk is voor het opstellen van het vervoersdocument en de gegevens die volgens artikel 4b in dit document verzameld moeten worden. Omdat bezwaarlijk kan worden aangenomen dat de regeling van chauffeurs verlangt dat zij bedoelde vervoersdocumenten opmaken, verzetten zich ook de bewoordingen van deze bepaling tegen een uitleg van het begrip 'vervoerder' dat mede de als chauffeur werkzame ondergeschikten omvat.
Voorts vindt de economische politierechter steun voor deze opvatting in de toelichting op de wijziging van de Regeling van 7 mei 1990 (Stcrt. 1990, 89) waarin de Staatssecretaris het volgende heeft opgemerkt. 'De onderhavige wijziging strekt ertoe ondubbelzinnig vast te stellen dat degene die vis aanwezig heeft op de veiling, verplicht is om onder andere lettertekens en nummer van het vaartuig waarmee de vis is aangevoerd op of bij de veiling aanwezige vis te vermelden. Deze verplichting geldt niet alleen voor degenen die de vis daadwerkelijk heeft aangevoerd (de visser) maar voor een ieder (tussenhandelaar) die vis op de veiling brengt en/of aldaar aanwezig heeft en ongeacht het middel van aanvoer op de veiling (vrachtauto's, trein of enig ander vervoermiddel).' Het is niet aannemelijk dat de wetgever heeft gewild dat ook piloten en treinmachinisten verantwoordelijk gesteld zouden worden voor de aanwezigheid dan wel de volledigheid van het vervoersdocument.