ECLI:NL:RBGRO:2007:AZ9351
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.M.J. Brink
- R.P. van Eerde
- A. van den Berg-Schoof
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens feitelijk leidinggeven aan faillissementsfraude en bedrieglijke verkorting van schuldeisersrechten
De rechtbank Groningen heeft verdachte veroordeeld voor het feitelijk leidinggeven aan faillissementsfraude in de periode van 24 december 2002 tot en met 21 januari 2004. Verdachte en zijn medeverdachte waren feitelijk leidinggevenden van een besloten vennootschap die meerdere horecagelegenheden exploiteerde en hebben gelden en goederen aan de boedel onttrokken, betalingen verricht ten behoeve van een rechtsvoorganger terwijl zij wisten dat dit de financiële situatie van hun vennootschap schaadde.
De rechtbank oordeelde dat verdachte bewust het risico aanvaardde dat goederen en gelden niet ten behoeve van schuldeisers zouden worden verhaald, en dat hij ondanks het inzicht in de onafwendbaarheid van het faillissement doorging met betalingen aan bepaalde schuldeisers, waardoor de paritas creditorum werd doorbroken. Verdachte werd tevens verweten niet te hebben voldaan aan administratieve verplichtingen.
De rechtbank sprak verdachte vrij van enkele onderdelen van de tenlastelegging wegens gebrek aan bewijs, maar achtte het bewezen dat verdachte medepleegde aan het feitelijk leidinggeven aan bedrieglijke bankbreuk. Gelet op de ernst van de feiten, eerdere ervaring met faillissementen en het feit dat verdachte niet financieel persoonlijk bevoordeeld was, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 15 maanden op, waarvan 5 maanden voorwaardelijk.
De rechtbank zag geen aanleiding voor een geldboete en hield rekening met de straf die aan de medeverdachte was opgelegd. De uitspraak werd gedaan na meerdere zittingen en uitgebreid onderzoek van het dossier.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, wegens feitelijk leidinggeven aan faillissementsfraude.