ECLI:NL:RBGRO:2007:BA1386
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging erkenning kind wegens misbruik bevoegdheid en toekenning vervangende erkenning vader
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarig kind is geboren. De moeder verleende toestemming aan een andere man om het kind te erkennen, terwijl de biologische vader dit niet kon doen vanwege detentie en persoonlijke omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de moeder misbruik heeft gemaakt van haar bevoegdheid door de erkenning aan de derde te verlenen met het oogmerk de belangen van de biologische vader te schaden. Daarom wordt de erkenning door de derde vernietigd.
Vervangende toestemming wordt verleend aan de biologische vader om het kind te erkennen, omdat er onvoldoende aanwijzingen zijn dat dit de belangen van het kind of de moeder schaadt. De omgangsregeling wordt aangehouden en de Raad voor de Kinderbescherming wordt verzocht een onderzoek te doen, eventueel met begeleide proefcontacten.
De beslissing is uitvoerbaar bij voorraad en de zaak wordt voortgezet in een zitting met gesloten deuren. De rechtbank weegt mee dat de vader inmiddels in therapie is en geen middelen meer gebruikt, en dat het belang van het kind bij het kennen van zijn afstamming voorop staat.
Uitkomst: De erkenning door de derde wordt vernietigd en vervangende toestemming verleend aan de biologische vader voor erkenning van het kind.