ECLI:NL:RBGRO:2007:BA1407
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing omgangsregeling vader-kind wegens belang van het kind
Partijen hadden een affectieve relatie waaruit een minderjarig kind is geboren. De man is de biologische vader en partijen hebben gezamenlijk het gezag over het kind. Er is sprake van family life tussen vader en kind, en het kind is erkend door de vader.
De Raad voor de Kinderbescherming bracht een rapport uit waarin werd geconcludeerd dat begeleid contact tussen vader en kind niet goed functioneerde en dat de moeder geen medewerking verleent aan omgang. De moeder en haar huidige echtgenoot wijzen omgang nadrukkelijk af, mede vanwege zorgen over geweld en ontvoeringsangst, hoewel het strafrechtelijk verleden van de vader geen reden is om omgang geheel uit te sluiten.
De rechtbank overweegt dat ondanks het recht op omgang, de huidige situatie en houding van de moeder het opstarten van een omgangsregeling niet in het belang van het kind is. Daarom wordt het verzoek tot omgang afgewezen. Wel wordt de moeder verplicht vier keer per jaar schriftelijk te informeren over de gezondheid en ontwikkeling van het kind, inclusief een recente foto.
Uitkomst: Verzoek tot omgangsregeling wordt afgewezen, maar moeder moet vader vier keer per jaar informeren over het kind.