ECLI:NL:RBGRO:2007:BA3371
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Eerde
- Smeets
- Brink
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan betrouwbaar bewijs in Martinitorenzaak
Op 6 april 2004 werd het lichaam van het slachtoffer aan de voet van de Martinitoren aangetroffen. Verdachte werd ervan verdacht het slachtoffer van de toren te hebben geduwd, wat zij aanvankelijk bekende maar later introk. Diverse deskundigen onderzochten verdachte, die leed aan een ernstige persoonlijkheidsstoornis, wat de betrouwbaarheid van haar verklaringen ernstig aantastte.
Technisch onderzoek door TNO concludeerde dat een sprong door het slachtoffer waarschijnlijker was dan een duw. Getuigenverklaringen waren gebaseerd op uitlatingen van verdachte zelf en niet op eigen waarneming. De rechtbank achtte de bekennende verklaringen van verdachte niet betrouwbaar en kon het tenlastegelegde niet wettig en overtuigend bewezen achten.
De rechtbank sprak verdachte vrij en verklaarde de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk, aangezien deze niet in het strafproces kan worden behandeld maar alleen bij de burgerlijke rechter. Verdachte en de benadeelde partij dragen ieder hun eigen proceskosten.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van betrouwbaar bewijs voor het tenlastegelegde duwen van het slachtoffer van de Martinitoren.