ECLI:NL:RBGRO:2007:BA5308

Rechtbank Groningen

Datum uitspraak
16 mei 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
93702/HA RK 07-182
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6 EVRMArt. 36 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechtbank Groningen wegens vermeende partijdigheid

Op 18 april 2007 diende mr. J.G.M. Kassing namens verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter mr. J.G. Idsardi in een zaak over uithuisplaatsing van minderjarigen. Het verzoek was gebaseerd op twijfels over de onpartijdigheid van de rechtbank Groningen, mede vanwege eerdere beslissingen.

De rechtbank overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie vermoed wordt onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aantonen. De aangevoerde feiten en omstandigheden, waaronder het niet volgen van door mr. Kassing aangedragen opties door mr. Idsardi, waren onvoldoende om een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid te rechtvaardigen.

Daarnaast betrof het wrakingsverzoek feitelijk de rechtbank als geheel en niet de individuele rechter. Dit was het tweede wrakingsverzoek van verzoekster en mr. Kassing tegen leden van deze rechtbank, waarbij ook het eerste verzoek tegen de rechtbank als geheel was gericht. De rechtbank oordeelde dat het wrakingsmiddel niet mag worden misbruikt voor andere doeleinden dan het wraken van een concrete rechter op grond van concrete feiten.

De rechtbank wees het wrakingsverzoek af, bepaalde dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek, en stelde dat toekomstige wrakingsverzoeken gericht tegen de rechtbank Groningen als geheel niet in behandeling worden genomen. De beslissing werd op 16 mei 2007 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige verzoeken tegen de rechtbank als geheel worden niet in behandeling genomen.

Uitspraak

BESLISSING
RECHTBANK GRONINGEN
MEERVOUDIGE KAMER
Zaaknummer: 93702 / HA RK 07/182
Datum beslissing: 16 mei 2007
Beslissing op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 36 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de procedure inzake:
? [minderjarige], geboren in de gemeente [geboorteplaats] op [geboortedatum]
Kind van:
[de vader],
wonende te [woonplaats],
en
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: "[verzoekster]",
vertegenwoordigd door mr. J.G.M. Kassing.
en
? [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
? [minderjarige], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum],
Kinderen van:
[de vader]
wonende te [woonplaats],
en
[de moeder],
wonende te [woonplaats],
hierna te noemen: "[verzoekster]",
vertegenwoordigd door mr. J.G.M. Kassing.
Procesverloop
Op 18 april 2007 heeft mr. J.G.M. Kassing, gemachtigde van [verzoekster], tijdens de zitting met betrekking tot de uithuisplaatsing van voornoemde minderjarigen, de behandelend rechter, mr. J.G. Idsardi, gewraakt.
Mr. Idsardi heeft niet in de wraking berust.
De hoofdofficier van justitie heeft schriftelijk te kennen gegeven geen aanleiding te zien om te worden gehoord op het wrakingsverzoek.
Op 9 mei 2007 is het verzoek in het openbaar behandeld. [verzoekster] en mr. Kassing zijn in persoon verschenen. Voorts zijn de [werknemers] van het Bureau Jeugdzorg verschenen.
Mr. Idsardi is niet verschenen en heeft schriftelijk haar zienswijze gegeven op het wrakingsverzoek.
Rechtsoverwegingen
1. Het standpunt van verzoekster
Mr. Kassing heeft het wrakingsverzoek ingediend omdat zijns inziens door de rechtbank Groningen onjuiste beslissingen tot ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing genomen zijn, gelet op de hele voorgeschiedenis van de zaken. Mr. Kassing heeft mr. Idsardi drie opties gegeven hoe zij anders zou kunnen beslissen. Zij wilde daaraan niet tegemoet komen, zonder de zaak te heroverwegen, en mr. Kassing heeft de uitspraak niet af willen wachten. Mr. Kassing heeft op grond van het voorgaande ernstige twijfels ten aanzien van de onpartijdigheid van de rechtbank Groningen
Mr. Kassing is van mening dat een andere rechtbank de zaak zou moeten behandelen. De rechtbank Groningen, en derhalve ook mr. Idsardi, zou geen oordeel in dezen meer mogen geven.
2. Het standpunt van mr. J.G. Idsardi
Door mr. Idsardi is aangevoerd dat de zitting van 18 april 2007 rustig en zonder incidenten is verlopen. Voor belanghebbenden is ruim gelegenheid geweest om inhoudelijk op de voorliggende zaak te reageren. Tijdens die zitting is gebleken dat het wrakingsverzoek niet was gegrond op het optreden van mr. Idsardi tijdens de zitting of op eerdere beslissingen van haar, maar gegrond op het feit dat mr. Kassing geen vertrouwen heeft in de rechtbank Groningen als geheel.
3. Beoordeling
Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, EVRM dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
De namens verzoekster aangevoerde feiten en omstandigheden zoals hiervoor onder 1. weergegeven leveren niet een uitzonderlijke omstandigheid op die zodanige vrees ten aanzien van mr. Idsardi kan rechtvaardigen, nu mr. Kassing zich beroept op eerdere beslissingen van deze rechtbank, genomen door een andere rechter, en zijn bezwaren zich in feite richten op de rechtbank Groningen als geheel. Het feit dat mr. Idsardi de door mr. Kassing aangedragen opties niet heeft gevolgd is onvoldoende om op grond daarvan aan te nemen dat mr. Idsardi vooringenomen is, althans dat daarvoor een objectief gerechtvaardigde vrees bestaat, of dat zij niet onpartijdig is.
De rechtbank overweegt tevens dat dit het tweede wrakingsverzoek is van [verzoekster] en mr. Kassing tegen een lid van deze rechtbank. Het eerste verzoek is weliswaar gedaan in een (vergelijkbare) zaak met betrekking tot een ander kind van [verzoekster], maar ook dat wrakingsverzoek was in feite gericht tegen de rechtbank als geheel in plaats van tegen de rechter in kwestie. Aangezien een wrakingsverzoek gericht moet zijn tegen het optreden van een rechter in het bijzonder, zal de rechtbank bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van [verzoekster] / mr. Kassing, dat inhoudelijk gericht is tegen de rechtbank Groningen in het algemeen, niet in behandeling genomen zal worden, omdat er sprake is van misbruik van het wrakingsmiddel. Dit misbruik is naar het oordeel van de rechtbank gelegen in het feit dat het wrakingsmiddel wordt gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het gegeven is, namelijk voor het wraken van een heel college in plaats van een concrete rechter op grond van concrete feiten en omstandigheden.
Beslissing
De rechtbank:
- wijst het verzoek tot wraking af;
- bepaalt dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond ten tijde van het indienen van het wrakingsverzoek;
- bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van [verzoekster] / mr. Kassing, indien en voor zover dit is gericht tegen de rechtbank Groningen in het algemeen, niet in behandeling genomen zal worden;
- beveelt onverwijlde mededeling van deze beslissing aan [verzoekster], mr. J.G.M. Kassing, mr. J.G. Idsardi, [de vader], Bureau Jeugdzorg, De Raad voor de Kinderbescherming en het Openbaar Ministerie.
Aldus gegeven door mrs. R.B.M. Keurentjes, president, E.W. van Weringh en J. Smit, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier en in het openbaar uitgesproken op 16 mei 2007.