ECLI:NL:RBGRO:2007:BA5308
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechtbank Groningen wegens vermeende partijdigheid
Op 18 april 2007 diende mr. J.G.M. Kassing namens verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de behandelend rechter mr. J.G. Idsardi in een zaak over uithuisplaatsing van minderjarigen. Het verzoek was gebaseerd op twijfels over de onpartijdigheid van de rechtbank Groningen, mede vanwege eerdere beslissingen.
De rechtbank overwoog dat een rechter uit hoofde van zijn functie vermoed wordt onpartijdig te zijn, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die het tegendeel aantonen. De aangevoerde feiten en omstandigheden, waaronder het niet volgen van door mr. Kassing aangedragen opties door mr. Idsardi, waren onvoldoende om een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid te rechtvaardigen.
Daarnaast betrof het wrakingsverzoek feitelijk de rechtbank als geheel en niet de individuele rechter. Dit was het tweede wrakingsverzoek van verzoekster en mr. Kassing tegen leden van deze rechtbank, waarbij ook het eerste verzoek tegen de rechtbank als geheel was gericht. De rechtbank oordeelde dat het wrakingsmiddel niet mag worden misbruikt voor andere doeleinden dan het wraken van een concrete rechter op grond van concrete feiten.
De rechtbank wees het wrakingsverzoek af, bepaalde dat het proces in de hoofdzaak wordt voortgezet zoals het was ten tijde van het verzoek, en stelde dat toekomstige wrakingsverzoeken gericht tegen de rechtbank Groningen als geheel niet in behandeling worden genomen. De beslissing werd op 16 mei 2007 in het openbaar uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Groningen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige verzoeken tegen de rechtbank als geheel worden niet in behandeling genomen.