ECLI:NL:RBGRO:2007:BA5656
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte medeplichtigheid aan moord met honkbalknuppel te Groningen
De rechtbank Groningen behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van medeplichtigheid aan moord gepleegd met een honkbalknuppel in Groningen op 28 juli 2006. De medeverdachte werd veroordeeld tot 12 jaar gevangenisstraf voor de moord. Verdachte had medeverdachte behulpzaam geweest door een honkbalknuppel te brengen en hem rond te rijden op zoek naar het slachtoffer.
De rechtbank oordeelde dat voor medeplichtigheid een dubbel opzet vereist is: opzet op de eigen behulpzaamheid en opzet op het gronddelict. Uit verklaringen en gedragsdeskundige rapporten bleek dat verdachte wel opzettelijk behulpzaam was, maar niet voldoende vaststond dat zij opzet had op het toepassen van geweld door medeverdachte.
Verdachte verklaarde te denken dat medeverdachte hooguit zou dreigen met de knuppel en hield geen rekening met daadwerkelijk geweld. De gedragsdeskundigen rapporteerden dat verdachte door haar persoonlijkheidsstoornis (PTSS) zich niet realiseerde dat medeverdachte ook naar derden toe gewelddadig kon zijn.
Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlasteleggingen en hief het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op. De vrijspraak werd in het openbaar uitgesproken op 24 mei 2007 door de meervoudige kamer voor strafzaken.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplichtigheid aan moord wegens ontbreken van opzet op het geweld van medeverdachte.