ECLI:NL:RBGRO:2007:BA6742
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- G.R. van Baak-Klijnsma
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet rechtsgeldig ondanks betwisting kennelijk onredelijk ontslag
De zaak betreft een werknemer die sinds 1983 in dienst was bij een sociaal werkvoorzieningsschap en op 3 november 2006 op staande voet werd ontslagen na meerdere incidenten en waarschuwingen. De werknemer weigerde werkzaamheden op een afdeling met een piek in het werkaanbod, waarna hij werd geschorst en ontslagen. Hij stelde dat het ontslag niet rechtsgeldig was vanwege zijn beperkingen, het ontbreken van een wettelijk ontwikkelingsplan en het niet tijdig informeren van de curator.
De kantonrechter stelde vast dat het BBA 1945 niet van toepassing was op de arbeidsovereenkomst, waardoor geen ontslagvergunning vereist was en het ontslag niet nietig kon zijn. Ook was de opzegging schriftelijk aan de werknemer medegedeeld conform de CAO. Hoewel het ontslag het dienstverband beëindigde, kan de werkgever wel aansprakelijk zijn voor schade wegens kennelijk onredelijk ontslag.
De vordering tot herstel van de arbeidsverhouding wegens kennelijk onredelijk ontslag leent zich echter niet voor behandeling in kort geding, omdat dit een bodemrechterlijke bevoegdheid is. De kantonrechter wees daarom de vorderingen af en bepaalde dat elke partij haar eigen proceskosten draagt.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet is rechtsgeldig, maar de vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag wordt afgewezen in kort geding.