ECLI:NL:RBGRO:2007:BA7177
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. Praktijk
- W.J.A.M. Dijkers
- J.A. Tromp-Werkema
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid arts en ziekenhuis bij zenuwletsel door schouderdystocie tijdens bevalling
Op 4 december 1997 vond een bevalling plaats waarbij een schouderdystocie optrad, waarna bij het kind een plexus brachialis laesie (Erbse parese) werd vastgesteld. Eisers stelden dat de arts onzorgvuldig had gehandeld en dat dit had geleid tot het letsel. De medische verslaglegging was echter summier en bevatte achteraf aangebrachte wijzigingen, waardoor het niet mogelijk was met zekerheid vast te stellen welke handelingen waren verricht.
De rechtbank stelde vast dat de arts niet handelde zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mocht worden verwacht en dat er sprake was van onzorgvuldig handelen. Desondanks kon het causaal verband tussen het onzorgvuldig handelen en het letsel niet worden vastgesteld, omdat het letsel ook prenataal of door natuurlijke krachten tijdens de baring had kunnen ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat het onaanvaardbaar was om de onzekerheid over het causaal verband volledig op eisers af te wentelen, maar ook onredelijk om dit risico geheel bij de gedaagden te leggen. Daarom werden het ziekenhuis en de arts hoofdelijk veroordeeld tot betaling van 75% van de schade, te vermeerderen met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: Ziekenhuis en arts worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van 75% van de schade wegens onzorgvuldig handelen, ondanks onduidelijkheid over causaal verband.