ECLI:NL:RBGRO:2007:BA7311
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing wrakingsverzoek wegens objectief gerechtvaardigde vrees vooringenomenheid rechters
De rechtbank Groningen behandelde op 12 juni 2007 het wrakingsverzoek van verdachte tegen de leden van de meervoudige strafkamer die zijn strafzaak behandelden. Verdachte stelde dat de rechters niet meer onbevooroordeeld waren omdat zij eerder in een zaak tegen medeverdachten een bewezenverklaring hadden gegeven waarin ook zijn naam werd genoemd. Daarnaast berustte de kamer in het wrakingsverzoek van een medeverdachte, wat de vrees voor vooringenomenheid versterkte.
De rechtbank oordeelde dat hoewel het normaal is dat rechters in verschillende zaken oordelen, de combinatie van omstandigheden, waaronder de expliciete vermelding van verdachte in het vonnis tegen een medeverdachte en het berusten in het wrakingsverzoek van die medeverdachte, een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid oplevert. Het wrakingsverzoek werd daarom toegewezen.
De rechtbank handhaafde tevens de schorsing van het onderzoek ter terechtzitting met een maximale termijn van drie maanden, vanwege de complexiteit van de zaak en beperkte zittingscapaciteit. De beslissing werd in het openbaar uitgesproken door de drie rechters van de meervoudige kamer.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek van verdachte tegen de rechters werd toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.