ECLI:NL:RBGRO:2007:BA7825
Rechtbank Groningen
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens persoonsgebondenheid vergunning geluidsapparatuur horeca-inrichting
De rechtbank Groningen behandelde een zaak waarin verdachte werd beschuldigd van het niet naleven van nadere eisen gesteld door burgemeester en wethouders van Groningen met betrekking tot het gebruik van geluidsapparatuur in een horecagelegenheid. De tenlastelegging betrof het open laten staan van een buitendeur tijdens het ten gehore brengen van muziek, wat volgens de nadere eisen niet was toegestaan.
De officier van justitie vorderde primair ontslag van rechtsvervolging omdat de nadere eisen niet gelden voor verdachte. De vergunning voor het maken van muziek en het gebruik van geluidsapparatuur was in 1990 verleend aan een eerdere houder van de horeca-inrichting en was persoonsgebonden. De rechtbank oordeelde dat deze vergunning niet overgaat op latere houders, waaronder verdachte.
De rechtbank stelde vast dat er geen bewijs was dat een andere inrichtingsgebonden vergunning met nadere eisen aan een andere uitbater was verleend die voor alle volgende houders zou gelden. Gezien deze feiten sprak de economische politierechter verdachte vrij van het tenlastegelegde. De uitspraak werd gedaan op 18 juni 2007 na een terechtzitting op 4 juni 2007.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat de vergunning persoonsgebonden is en niet overgaat op de huidige houder.